[drs.mos]e

13_egeria


21 augustus 2007

hoofdingang

Een beetje onzeker stond de vrouw in het huis met de vele kamers. Zou zij hier het antwoord vinden op de vragen die haar bezig hielden?
"Wie ben ik?" riep zij.
"Wie ben ik?" weerkaatste het van de muren.
Ik had het vast luider moeten vragen, dacht de vrouw.
"Wie ben ik?" riep zij, bijna schreeuwend nu.
Maar opnieuw herhaalde het huis niets anders dan haar vraag.

Teleurgesteld ging de vrouw met haar rug tegen een van de muren zitten. Net op dat moment kwam er een man binnen en ging in het midden van de kamer staan.
"Dag vrouw," zei de man.
"Dag man," antwoordde de vrouw. "Weet jij hoe dit huis werkt?"
"Het is niet echt een huis," zei de man. "Het is een afspiegeling van de binnenkant van je hoofd."
De vrouw keek eens rond.
"Dat had ik me anders voorgesteld," zei ze. "Hoe kwam jij trouwens binnen?"
"Door de hoofdingang," zei de man. "De deur stond op een kier."
"Ja, die laat ik vaak open staan," zei de vrouw. "Daar moet ik eens beter op letten. Maar nu je toch hier bent. Hoe moet ik vragen stellen?"
"Als je hier een vraag stelt," zei de man. "Krijg je altijd een vraag terug."
De vrouw dacht een paar tellen na, stond toen op, en richtte zich opnieuw tot het huis.
"Ik ben er," riep zij.
"Ik ben er," weerklonk het van de muren en vanuit alle kamers.
De vrouw glimlachte. Dat klonk al een stuk beter: ik ben er.
"Mijn dag is helemaal goed nu," zei de vrouw. "Zullen we samen iets leuks gaan doen?"
"Dat is goed," zei de man. "Ik weet nog wel een leuke kamer.
"Ik ga met je mee," zei de vrouw. "Moeten we naar boven?"
"Geen idee," antwoordde de man. "Jij moet die kamer nog maken.