[drs.mos]e

13_egeria


9 september 2007

bovenkamer

"Hoe kom jij hier zo terecht?" vroeg de man. "In deze kamer."
"Ik maakte een gedachtesprong," zei de vrouw. "In een flits was ik hier. En jij? Hoe kom jij hier?"
"Ik doolde wat rond," zei de man. "Een beetje dagdromend. Toen moest ik aan jou denken, en het volgende moment was ik er."
"Leuk dat je er bent," zei de vrouw.
"Ja," zei de man. "Het is hier wel gezellig."
"Dit is mijn bovenkamer," zei de vrouw.
De man keek eens goed om zich heen.
"Ben ik de enige aanwezige in dit huis?" vroeg hij toen.
"Wij zijn voor elkaar voorbestemd," antwoordde de vrouw. "Wil je mij liefhebben?"
"Natuurlijk," zei de man. "Met heel mijn hart."
Op wellustige wijze bedreven de man en de vrouw de liefde waarbij zij, in gedachten weliswaar, het hoogste punt van de kamer bereikten.
Hier wil ik nooit meer weg, dacht de man.
Nee, dacht de vrouw terug, ik ook niet.
Hé, dacht de man, wij kunnen elkaars gedachten lezen.
De vrouw glimlachte. Deze keer maakte niet haar gedachte een sprongetje, maar haar hart.
Van blijdschap.