[drs.mos]e

13_egeria


8 oktober 2007

hoofdpijn

Het is verwarrend om jou in mijn hoofd te hebben. Prettig soms, maar vooral verwarrend. Ik merk dat je alles van me weet.
Letterlijk alles.
Je vangt mijn gedachten nog voordat ik ze zelf denk. Ik vraag me dan ook af waarom ik je dit vertel.
Je weet het immers al.

Ik ben een beetje bang geworden. Bang dat er van alles mis zal gaan. Bang dat ik te zeer met je verenigd raak. Dat jij het roer gaat overnemen. Dat ik zelf niets meer te zeggen heb. Bang dat ik het allemaal juist wél wil. Door jou overmeesterd zijn, volgzaam, aan jouw lot overgeleverd.
Begin deze week gebeurde er iets geks. Jij stootte je knie tegen de rand van het bad. Of stootte ik mijn eigen knie?
God, was is het lastig om uit te maken wie van ons twee iets doet. Nou ja, ik geloof dat jij mijn knie stootte. En weet je wat? Ik vond het helemaal niet erg om de pijn te voelen. Sterker nog, ik vond het fijn. Is dat niet vreemd? Genieten van de pijn die een ander je aandoet?
Ik ben er al dagen over aan het piekeren. Was jij het die me wat liet voelen, of was ik het toch zelf? En genoot ik ervan, of was het meer een opgewonden soort schrik?
Ik ben een beetje bang geworden. Bang dat je me weer iets gaat aandoen. Maar ik moet ook toegeven dat ik stiekem hoop dat het toch gebeurt. Dat je me laat voelen dat ik leef. Want dat is misschien de reden dat ik genoot van de pijn: ik voelde dat er leven in me zat.
Te lang ben ik als een ijsplaneet door het leven gegaan. Gevoelloos, indolent, onzichtbaar, en langzaam afstervend. Niemand die dat ten goede wist te keren. Geen levende ziel.
Totdat jij in me binnendrong.

Jij vangt mijn gedachten nog voordat ik ze zelf denk. Ik vraag me dan ook af of het mijn eigen gedachten zijn. Ben jij het die ze denkt?
Je weet immers alles al.