|

|
Wat is ze mooi. En wat ligt ze er prachtig bij, zo met haar achterkant in mijn
richting. Een lekker kontje heeft ze. Ik wil haar hebben! Ik wil haar voelen. Ik wil met haar tot één dorp versmelten. Bergschenhoek is openlijk verliefd op Berkel en Rodenrijs, en om haar van zijn liefde te
overtuigen groeit Bergschenhoek al jaren in haar richting. Het is nog maar een kwestie van eventjes, en dan kan hij haar voorgoed in de armen sluiten.
> Potverdrie Janhein, we hebben geluk! Robert
Versluis, hoofd tekenkamer Hogesnelheidslijn, tuurt opgelucht naar zijn beeldscherm. > Wat is er dan? > Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs, we kunnen er nog precies tussendoor!
> Weet je het zeker? > Ja hoor, een strook van een paar honderd meter, het gaat net. > Maar scheiden we die 2 dorpen dan niet te veel? > Welnee joh, tunnelbakkie, bruggetje, niks aan de hand.
Bergschenhoek is vervuld van smart. Wat is er erger dan je liefde tot op een paar passen genaderd zijn en haar toch niet kunnen bereiken? Haar wel te kunnen ruiken maar niet aanraken? Wel met haar te kunnen
praten maar niet fluisteren? Duizenden betonpalen, kilotonnen wapeningsstaal, rails, bovenleiding. Geen liefde kan een barrière hiermee gevormd slechten. Bergschenhoek weent, nog vervuld van verlangen
naar Berkel en Rodenrijs.
|