twijfelkont
Met de trein van Zetten naar Groningen. Een normale treinreis zou ik zeggen, maar de conductrice die vlak voor Elst mijn kaartje knipt kijkt me vol medeleven aan. Groningen? Nou, een goede reis dan nog meneer.
In Zwolle stap ik over, en mijn nieuwe trein zet zich in beweging.
Wat? Rijden we in dezelfde richting als waar ik zo net vandaan kwam? Zwolle is toch geen kopstation? Verdorie! Heb ik niet goed op de borden gekeken? Ik kijk om me heen. Mijn medepassagiers blijven rustig. Ik durf niet goed te vragen of dit de trein naar Groningen is, want ik ben de coupé binnengestapt met een blik van dat ik een ervaren reiziger ben, en wil nu niet alsnog overkomen als een beginneling. In Zwolle is net voor het vertrek een man uitgestapt die vroeg of deze trein naar Leeuwarden ging, en zulks niet het geval zijnde snelde hij de trein uit, meewarig nagekeken door de achterblijvers. Dat meewaren wil ik niet over me heen krijgen door te vragen of ik hier wel goed zit voor Groningen.
Ik tuur gespannen naar buiten. Herken ik de omgeving? Heb ik die boerderij tien minuten geleden ook al niet gezien?
Ik ben zeven. En ik ga, helemaal alleen met zonder iemand erbij, mijn allereerste reis maken. Achter de voorruit van de bus die komt aanrijden hangt een bordje waar met grote letters "Arnhem" op staat. Dat is de stad die het einddoel is van mijn onderneming. Bij de bestuurder koop ik een retourtje, en leg uitdrukkelijk de klemtoon op Arnhem, zeker van mijn zaak als ik wil zijn dat ik daar ook daadwerkelijk zal aankomen.
Eenmaal gezeten blijft de twijfel knagen. Wat als de chauffeur nou een fout bord heeft opgehangen, en we op weg zijn naar Apeldoorn of zo? En wat als hij mijn Arnhem toch niet goed verstond, en me zomaar een kaartje verkocht heeft?
Ik kijk naar de vrouw die aan de andere kant van het gangpad zit. Dat ik naar Arnhem ga vertel ik haar, in de hoop dat ze zal antwoorden dat deze bus daar helemaal niet naar toe gaat, want dan weet ik het tenminste zeker. Maar ze glimlacht alleen maar lief tegen me.
Ik blik naar buiten. De omgeving herken ik duidelijk. Al honderd keer ben ik met mijn vader met de auto naar Arnhem gereden. Maar je zult zien dat de bus zo afslaat en plots een heel andere kant oprijdt. En ik heb niet veel geld bij me, het meeste is al op aan het retourtje, en ik zal meemaken dat ik straks in Amersfoort sta, met geen geld om een kaartje voor naar huis te kopen, of om op te bellen vanuit een telefooncel, en dan moet ik overnachten in een portiek, en vragen ze zich thuis af of ik van huis ben weggelopen, en dan gaat de politie naar me op zoek, maar hoe moeten die weten dat ik in Amersfoort zit, die beginnen in Arnhem te zoeken, en denken pas na drie dagen aan Amersfoort, als ze daar al gaan zoeken, want Amersfoort ligt toch best wel een eindje van Arnhem vandaan, dus ik moet dan maar aan een aardige mevrouw of meneer vragen om twee kwartjes om weer naar huis te kunnen, hoewel een meneer misschien wel niet een erg goed idee is, omdat mijn moeder mij net voor mijn vertrek nog heeft verteld om niet met vreemde mannen om te gaan, dus ik kies wel een mevrouw die een beetje op mijn oma lijkt, want die is ook hartstikke aardig, en wie weet krijg ik dan wel een gulden, zodat ik ook nog wat kan eten onderweg, want ik heb tegen die tijd vast wel een heel erge honger, en dan hoop ik maar dat er in Amersfoort nog winkels open zijn anders heb ik nóg niks aan die twee extra kwartjes.
"Station Arnhem, eindpunt van deze bus. U wordt allemaal verzocht de bus te verlaten". De laatste paar woorden hoor ik nauwelijks, want ik sta al buiten. Ik ben het opgeluchterste jongentje van Nederland.
Vlak voor Meppel komt de conducteur binnen. Plaatsbewijzen alstublieft. Ik toon mijn kaartje waar Groningen opstaat. Met een goede reis wordt het afgestempeld.
Gelukkig, ik zit goed. Of zou hij over Groningen heen gelezen hebben?