denkpatroon
Klein was hij. Een centimeter of 15. Eigenlijk weet ik niet eens zeker of het wel een hij was, het kan net zo goed een zij geweest zijn. Een week of drie geleden nam het plaats op mijn linker schouder. Ik heb de slaap uit mijn ogen gewreven en nog eens gekeken, maar het zat er echt.
Aan de ontbijttafel keek ik verwachtingsvol mijn huisgenoten aan, maar ze reageerden niet. Mijn gast bleek alleen voor mij zichtbaar.
Toen ik de krant opensloeg, las over de moord op die Haagse leraar, en er een snedige opmerking over wilde maken, sprak het wezentje twee woorden.
> Denk na!
Verbaasd keerde ik mijn hoofd.
> Uh, je kunt praten dus. Wat bedoel je? Denk na!
Geen antwoord.
Later die dag was de moord onderwerp van gesprek in het bedrijfsrestaurant. Ik wilde een bijdrage aan de discussie leveren door op te merken dat het integratiebeleid van de regering volkomen mislukt was, maar voordat ik die woorden kon uitspreken zei het stemmetje:
> Denk na!
Ik deed er het zwijgen toe. Verdorie, wat een lastig mormel.
De dagen erna gebeurde steeds hetzelfde. Als ik een stevige uitspraak wilde doen over en of andere actualiteit hoorde ik fluisteren:
> Denk na!
Zaterdag gebeurde er iets opmerkelijks. Ik was op bezoek bij vrienden en uiteraard ging het over de affaire Oudkerk. Had ie maar niet moeten hoerelopen. Is die van Royen niet zelf een hoer eigenlijk? Ik reageerde door op te merken dat de dingen toch wel wat genuanceerder lagen.
Geen stemmetje! Ik kon zomaar alles zeggen.
Sinds gisteren is het fluistermensje zelfs helemaal verdwenen.
En wat ik nu doe, zo zonder mijn metgezel?
Ik denk na.