[drs.mos]e

archief 2004


20 februari 2004

verdwijntruc

Mijn ouders onderhielden een keurige relatie met hun buren: een vriendelijk gesprek over de heg, een praatje in de winkel, en tweemaal per jaar een beleefdheidsbezoekje.
De komst van onze buren ter linker zijde werd altijd met enige vrees tegemoet gezien. Buurvrouw was een reuze aardig mens, maar Buurman was professor in de Graslandkunde. Daar is op zich niets mis mee natuurlijk, ware het niet dat hij over niets anders kon praten dan Gras.
Mijn ouders probeerden tijdens het linkerburenbezoek zeer angstvallig het woord Gras te vermijden, maar dat hielp geen ene zier, want soms waren het andere woorden die als katalysator werkten, zoals het weer.
> Over het weer gesproken, weten jullie dat in sommige landen Gras swinters langzaam doorgroeit?
Als Buurman eenmaal zijn graspaardje bereed was hij niet meer te stuiten. Graszaadteelt, Engels raaigras, verticuteren, grasziektes, grasparkieten, sportgras. Over elk onderwerp kon Buurman urenlang uitweiden.
Zo tegen een uur of elf kreeg Buurvrouw er genoeg van.
> Ik ga vast naar huis hoor, kom je zo ook?
> Is goed schat, nog even vertellen over het Japanse Graskevertje.
"Even" was Buurmans eufemisme voor een uurtje of vier vijf.
Na enen was mijn moeder het zat.
> Ik ga kijken of de kinderen al slapen.
En om 3 uur had mijn vader er schoon genoeg van.
> Ben zo terug Buurman.

En zo kon het voorkomen dat ik, tegen 4 uur smorgens terugkerend van een discotheekbezoek, Buurman alleen aantrof in onze woonkamer, orerend over ziektes in Zuid-Chileense helmgrasjes.
> Dag Buurman.
> Dag Mosje, weet jij dat als Gras slecht verzorgd wordt, het verdrongen wordt door mosjes?
Buurman had een bijzonder gevoel voor humor.
> Zeg Buurman, ik weet het niet zeker, maar ik geloof dat er een mol actief is in uw Grasveld.
Vijf minuten later zag ik, turend door mijn slaapkamerraam, Buurman met een zaklantaarn zijn gazon afspeuren.
Het vermogen om mensen af te poeieren heb ik niet van mijn ouders.