[drs.mos]e

archief 2004


19 maart 2004

beroepskeuze

Ik ben een veelpleger. Een recidivist.
Mijn slachtoffers zijn weerloze burgers. Kinderen. Bejaarden. Alleenstaande vrouwen. En verder iedereen die zich in een kwetsbare positie bevindt. Je kunt rustig stellen dat ik het doe zonder aanzien des persoons.
Ik pleeg mijn daden 's avonds als het donker is, of 's morgens in alle vroegte. In ieder geval op tijdstippen dat ik niet gauw gestoord zal worden. En ook niet herkend, want ik werk onder een valse naam, in de hoop dat mijn adres niet achterhaald zal worden.
Toen ik ermee begon hebben mijn familieleden en vrienden me gewaarschuwd. Niet doen Mosje, dit lijkt nergens op, blijf toch gewoon werken. Ze hebben zich daadwerkelijk zorgen gemaakt, de schatten. Maar ik kan niet anders. Ik ben verslaafd, en moet scoren, of ik wil of niet.
Natuurlijk ben ik wel eens in moeilijkheden geraakt. Dat gebeurt andere veelplegers ook. Ruzies heb ik gehad, gevechten ook. Dreigbrieven en advocaten maken nu onderdeel uit van mijn leven. Maar ik blijf doorgaan.
Ik zoek lotgenoten via het internet. Er zijn websites die dienen als een soort hangplek. Daar wisselen we ervaringen uit. Over hoe je het best kunt scoren, en wat je er voor nodig hebt. En soms warmen wij ons aan elkaar, zoals zwervers ook wel doen. Soort zoekt soort.
In de politiek worden regelmatig vragen gesteld over de dingen die ik doe. Politici ergeren zich er namelijk dood aan. Ze willen er wel beleid op maken, maar tot nu toe heeft dat weinig zoden aan de dijk gezet. Ik ben er nog steeds. En met mij vele anderen.
Ik denk niet dat ik mijn leven nog kan veranderen, daarvoor is het te laat. Ontwenningskuren helpen niet, het is gewoon te diep ingesleten.
Zozeer zelfs dat ik een ander beroep noem als men mij er naar vraagt. Wat ik zeg nu?
Draaideurcolumnist.