[drs.mos]e

archief 2004


11 september 2004

ruggespraak

Er zijn, wel beschouwd, twee momenten waarop men een broekriem om kan gespen. Voordat men de broek aantrekt, of als men de broek al aanheeft. Ikzelf kies altijd voor de laatste mogelijkheid, al weet ik niet hoe dat komt.
     Broekriemaangespen maakt geen onderdeel uit van de ouderlijke opvoeding, net zo min als het voorkomt op lesroosters van basisscholen.
Kinderen opgelet, meester zal nog één keer het kunstje met de broekriem laten zien.
Het kwam niet over de lippen van mijn schoolmeester, die verder een aanhanger was van aanschouwelijk onderwijs en veel heeft voorgedaan, zelfs het zoenen van vrouwen. Dit overigens niet voor de klas maar in de directeurskamer, waar ik hem een keer betrapte op het hartstochtelijk kussen van de juf uit de derde klas.
Het omdoen van een broekriem heeft hij echter nooit getoond, waarschijnlijk omdat hij altijd bretels droeg, en dus mag men mij rekenen tot de zelfontdekkers.
Ik breng de broekriem aan tegen de wijzers van de klok in en kan de lusjes aan de broeksrand zien tot ongeveer halverwege de linkerheup. Vanaf die plek moet ik ze op de tast zoeken.
Het tasten doe ik heel zorgvuldig, want als ik een lusje oversla gaat de broek op die plaats ongetwijfeld een beetje doorhangen, en dat is geen gezicht. Zelf kun je dat niet zien, maar anderen wel, en die zullen dan besmuikt lachen: kijk die man eens met zijn uitgezakte broek!
Opgelucht ben ik als de broekriem, alle lusjes gevuld hebbende, ter hoogte van de rechterheup weer binnen mijn gezichtsveld komt. De laatste lusjes zijn dan snel genomen en de riem kan gesloten.
     Ach, waren het slechts broekriemen die mij zorgen baren, maar evenzeer ben ik bang voor rugkreukels in overhemden, zitvlekken in broeken, en onder-het-boord-uitzakkende stropdassen.
Soms zou ik willen dat ik ogen in mijn rug had.