[drs.mos]e

archief 2004


2 oktober 2004

nooduitgang

"Hé lekker ding."
Twee meisjes van een jaar of dertien roepen het me giechelend toe.
"Hallo dames." antwoord ik met een knipoog.
    Ik maak me geen enkele illusie dat ze het werkelijk menen. Het liefst zouden zij het zeggen tegen hun mannelijke leeftijdsgenootjes. Maar dat durven ze niet.
O jawel, een briefje schrijven met "ik hou van je", dit tot een propje kneden en het vervolgens werpen naar het object van je verlangen, dat gaat nog. Als iemand daar iets van zegt kun je altijd beweren dat je het propje weliswaar gegooid hebt, maar niet zelf geschreven.
Snoepjes in hartvorm met teksten als "ik vind je lief" en "je bent een kanjer" stiekem verstoppen in jaszakken kan natuurlijk ook. Daarop betrapt zeg je met je meest onschuldige blik dat je eigenlijk op zoek was naar een andere jas.
En een e-mail onder pseudoniem met de tekst "Ik vind je hartstikke lief, love, Angelbabe." per schoolcomputer versturen is de ultieme anonieme mogelijkheid. Met een stalen gezicht kun je hiervan zeggen niets te weten en geen verstand te hebben van computers.
Maar hardop zeggen "hé lekker ding", dat gaat absoluut niet, want uitgesproken woorden kunnen rechtstreeks aan jou gekoppeld worden, en dat is toch wel erg eng. Je moet altijd zorgen voor een vluchtmogelijkheid.
Dus roep je het maar tegen een vent die je vader had kunnen zijn. Die snapt natuurlijk direct dat je het niet echt meent, maar dan heb je het tenminste een keer hardop kunnen zeggen.
    De meisjes, nog zichtbaar nagenietend van hun durfspraak, lopen snel verder.
En ik, ik denk na over hoe lang het wel niet geleden is dat een volwassene mij een lekker ding noemde.