contactarmoede
Het is avond. Met mijn ziel onder mijn arm loop ik door de stad. Dat doe ik normaal gesproken nooit. Dan laat ik mijn ziel waar zij hoort te zitten. Soms laat ik haar zelfs liggen. Op het nachtkastje van mijn hotelkamer bijvoorbeeld. Dan vragen mensen wel eens wat mij toch bezielt.
"Niets", antwoord ik dan geheel naar waarheid.
Het is koud in de stad. Ik zou wel een café willen bezoeken. Maar daar stap je niet zo makkelijk naar binnen als je alleen bent. Je hebt dan wel die ziel onder je arm, en dan ben je in gezelschap, maar zielen worden tegenwoordig bijna niet meer opgemerkt.
Ik bedenk een boodschap en ga een supermarkt binnen.
Het is er warm en druk. In het drankpad staan twee vrouwen op nauwelijks gedempte toon met elkaar te praten.
"Ik heb al drie dagen nix meer van Jan Willem gehoord. Ik ga een sms'je sturen dat ik het uitmaak."
"Kun je dat niet beter per e-mail doen?"
"Neuh, dat vind ik zo onpersoonlijk."
Onder mijn arm voel ik zielsbedroefdheid.
Een relatie beëindigen met een tekstberichtje. Dat bestaat niet.
"Weet je, ik stuur het nu direct."
"Okay, dan stuur ik over vijf minuten een berichtje of hij vanavond wat te doen heeft."
"Vind je hem leuk dan?"
"Ja, best wel."
De vrouw lijkt zielsgelukkig.
Wat een zielepiet die Jan Willem. Zal hij ooit weten dat hij verhandeld is in het drankpad van Albert Heijn aan de Vismarkt in Groningen?
Ik keer terug naar mijn hotelkamer. Ik was voornemens mijn vriendin te sms'en dat ik van haar houd. Maar bij nader inzien lijkt me dat een minder goed idee. Als ik morgenavond weer thuis ben ga ik op zeer fysieke wijze laten blijken dat ik gek op haar ben.
Met al mijn ziel en zaligheid.