[drs.mos]e

archief 2005


26 februari 2005

raakangst

    Deze week heb ik mijn sociaalveilige afstand bepaald. Ik kwam uit op 1,2 meter. Binnen die straal laat ik geen vrouwen meer toe. Althans, de meeste vrouwen. In de privésfeer mag mijn vriendin me zeer dicht naderen. Zo dicht zelfs dat er sprake is van een nulafstand. Maar buiten de deur is lijfcontact taboe en houd ik mijn sociale aura zorgvuldig in stand.
    Dat valt niet mee.
Gisteren reisde ik per trein. Op het vertrekstation had ik twee zitplaatsen voor mij alleen, maar bij de volghalte wilde een vrouw naast me zitten. Ik stond op en ging in het gangpad staan. De vrouw keek me verbaasd aan, waarop ik zei dat ze zo meer plaats had voor haar handbagage. In smoezelen ben ik een kei.
    Door de stad lopen is topsport.
In een rechte lijn bewegen kan niet meer. Vrouwen lopen vaak getweeën of gedrieën naast elkaar. Ik slalom er omheen. Dat leidt tot pijnlijke situaties. Vanmorgen stootte ik een schoenenrek omver in mijn poging om twee brunettes te ontwijken. Ik liep een flinke bult op en twee blauwe plekken. De brunettes staken me een helphand toe, maar ik hinkepootte snel verder.
    Op kantoor voorzie ik ellende.
Nu al weet ik dat de afdelingssecretaresse mijn aura zal deuken met de vraag of ik haar wil helpen met het kopieerapparaat. Dat doet ze dagelijks. Ik zal haar de kamer uit dirigeren met de mededeling dat ik een vergadering heb. Als ik die niet heb trek ik me wel een uur terug op het toilet.
    Met dank aan Ruud Lubbers.
Begin deze week las ik met rilhuiver dat hij aftreedt wegens ongewenste handtastelijkheden. Dat zal mij niet gebeuren. Ik tast geen vrouw meer hand, zelfs niet als ze het wensen. Want waar vandaag een wil is, kan morgen een weg zijn. En ik wil niet weg.
    Maar gelukkig heb ik nu een aura, en als ik ergens naar toega laat ik mijn handen thuis.