regendans
Bij droog weer loop ik met opgeheven hoofd, maar als het regent voorover gebogen om te voorkomen dat mijn brillenglazen nat worden. Ik zou natuurlijk een paraplu kunnen opzetten, maar die heb ik nooit bij me als het regent. Wel als het droog is. Soms denk ik wel eens dat je de hoeveelheid neerslag kunt beperken door het meedragen van een paraplu. Daar moeten klimaatspecialisten maar eens onderzoek naar doen.
Gisteren regende het pijpenstelen en met gebogen hoofd liep ik door de stad. Dan mis je niet veel, want als het regent is er weinig te zien. Mensen duiken een winkel of café binnen om te schuilen, en je hoeft ook niet bang te zijn voor botsingen met buitengeplaatste kledingrekken, want die worden bij de eerste druppel ijlings naar binnen gereden. Steden zijn erg leeg tijdens een stevige bui.
Zo met mijn kin op de borst kan ik nooit de aandrift weerstaan de lengte van mijn passen zodanig te kiezen dat ik net niet de naden tussen de trottoirtegels raak. Dat mag je gerust een afwijking noemen, een fobie, of zelfs een geval van ontoerekeningsvatbaarheid. Het maakt mij niet uit. Naden vermijden is een aangename bezigheid, en ik mag wel zeggen dat ik er goed in ben.
Bij trottoirtegels van 30 bij 30 cm, in een regelmatig patroon gelegd, moet je de pas enigszins inhouden en daarbij steeds een hele tegel overslaan. Bij de wat grotere exemplaren van 50 x 50 cm wordt het wat lastig. Je moet kiezen tussen hele grote stappen
Naadlopen is moeilijk in modernistische winkelstraten. Daar hebben architecten niet gekozen voor tegels met eenzelfde afmeting, maar zich uitgeleefd in het kiezen van veelsoortige straatstenen in allerhande formaten. Een dergelijke straat kun je alleen maar naadloos nemen door het maken van
Tja, mensen zullen wel denken, wat loopt die man daar toch zielig in het slechte weer, en wat hupt hij ongelukkig, maar daar trek ik mij niets van aan. Bij regen ben ik in mijn nopjes, en als de zon schijnt speur ik de hemel af naar een regenwolk.