twistpunt
- Mosje, raad eens wat in gedachten heb.
- Hoe moet ik dat nou weten?
- Het is een klein rond dingetje.
- Hoe klein dan?
- Nou, eh, ongeveer zo.
- Dat is wel erg klein ja.
- Zei ik toch, het stelt echt niets voor.
- Iets van een centimeter?
- Klopt, een dingetje van niets.
- Het past tussen duim en wijsvinger?
- Precies.
- Is het een fluitje van een cent?
- Fout, er komt geen geluid uit.
- Een niemendalletje?
- Zijn die rond dan? Helaas fout ook.
- Moeilijk hoor, ik geef het op.
- Joh, je hebt het net nog aangeraakt.
- Ik? Een klein rond dingetje?
- Ja, een uurtje geleden.
- Ik ga blozen, is het je navel?
- Mosje! Is mijn navel een dingetje van niets?
- Eh, nee, dat zijn jouw woorden.
- Dat zijn mijn woorden niet.
- Toch wel hoor, ik hoorde het je zeggen.
- Verdorie, jij vindt mijn navel een niemendalletje.
- Echt niet, ik vind hem mooi.
- Waarom zeg je dat dan niet?
- Goed, ik vind je navel mooi.
- Je bent een schat, maar dat vroeg ik niet.
- Wat vroeg je dan?
- Dat wat ik in gedachten heb.
- Hoe moet ik dat nou weten?
- Het is een klein rond dingetje. Het uitknopje van de tv. En als je nou dat voetbal niet uitzet, dan mag je nooit meer met mijn navel spelen, begrepen?