alleenspraak
Dit stukje is speciaal voor jou geschreven. Voor jou alleen. Andere mensen zullen het ook wel lezen, maar voor hen is het niet bestemd. Toen ik het schreef had ik jou in gedachten, en daarom hoort het jou toe.
Je zult nu wel denken, ben ik 'jou' of 'andere mensen'. Eerlijk gezegd verbaast het me dat je daarover twijfelt. Jij weet best dat jij 'jou' bent, en trouwens, heb jij je wel eens 'andere mensen' gevoeld? Volgens mij niet.
Als ik aan 'andere mensen' had willen schrijven, dan zou ik dit stukje ook heel anders begonnen zijn. Bijvoorbeeld met 'Dit stukje is speciaal voor andere mensen geschreven'. Maar dat staat er dus niet.
Wat is het verschil tussen jou en andere mensen, zul je nu wel denken. Dat zal ik je uitleggen. 'Andere mensen' is meervoud, dat is een groep. Het maakt niet veel uit of je de ene andere mens bent of de andere.
Maar 'jou' is enkelvoud, dat ben jij in je eentje, los van de rest. Als ik aan jou denk, dan denk ik ook alleen maar aan jou. Daar heb ik geen enkele moeite mee. Dat komt omdat jij in je eentje al genoeg bent om over te denken.
Soms denk ik wel eens aan een andere 'jou' hoor, maar dan ben ik snel uitgedacht. Binnen de kortste keren denk ik aan meer 'jouwen', en inderdaad, dat begint op 'andere mensen' te lijken. Daar heb met ik met jou geen last van.
Als ik jou was, zou ik na deze uitleg denken, wat heb jij het toch vreselijk ingewikkeld opgeschreven, en wat heb je er ontzettend veel woorden voor nodig. Waarom schrijf je niet met een paar simpele woorden wat je bedoelt.
Goed, ik zal proberen het zo kernachtig mogelijk samen te vatten, met bij voorbaat excuses voor het verloren gaan van nuances, en als je het niets vindt dan vergeet het maar direct. Afgesproken?
Ik heb dit stukje geschreven omdat jij het bent.