Voor mijn voordeur ligt een vloermat. Achter mijn achterdeur ook. Dat is geen bewuste keuze. Toen ik mijn huis betrok heeft de mijnheer van de woningstoffering die matten neergelegd zonder het te vragen.
Dat vond ik niet erg. Bij mijn ouders lagen ook matten voor de deuren, en bij mijn grootouders ook. Ik ben dus grootgebracht met vloermatten. En met de woorden die mijn moeder wel duizendmaal uitsprak.
Voeten vegen voor je binnenkomt.
Ik gehoorzaamde.
Goed zo Mosje, zei mijn moeder dan, je moest eens weten wat voor een vuil er allemaal op straat ligt. Dat moet je natuurlijk niet naar binnen lopen. Je raapt toch ook niets van straat op hè? Daar kun je ziek van worden. Weet je wat, was voortaan ook je handen maar als je thuiskomt.
Dat hielp niet.
Ik veegde keurig mijn voeten en waste mijn handen. Toch heb ik ongeveer alle ziektes gehad die je maar kunt bedenken. Waterpokken, mazelen, kinkhoest, griep, rodehond, geelzucht.
Ook had ik wel eens last van wratten, weliswaar geen ziekte, maar je moest er toch voor naar de dokter, dus dan ben je toch een beetje ziek.
Binnenkort liggen er vloermatten op Schiphol, de voordeur van Nederland. Tegen de vogelgriep.
Dat helpt niet, zegt minister Veerman. Hij heeft vast geleden aan waterpokken, mazelen, kinkhoest, griep, rodehond, geelzucht. Ook zal hij wel eens last gehad hebben van wratten.
Toch komen er matten, want een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat ze op alle Nederlandse luchthavens worden neergelegd.
Ach, ook Tweede Kamerleden zijn opgegroeid met de doctrine van hun moeders.
Voeten vegen voor je binnenkomt.
|
|
|
|