Toen onze wiskundeleraar op de middelbare school zag dat er alleen jongens aanwezig waren tijdens de les, zag hij zijn kans schoon.
"Mannen, stel je komt een kroeg binnen waar honderd vrouwen aanwezig zijn. De helft heeft een rood slipje aan, de andere helft een witte. Je wilt de kroeg verlaten met één paar slipjes van dezelfde kleur. Met hoeveel vrouwen moet je het dan aanleggen?"
Makkie vonden wij, 51.
"Jullie hebben pech, het juiste antwoord is drie. Stel, de eerste vrouw heeft een rood slipje, en de tweede ook. Dan zou het antwoord twee zijn. Maar als die tweede vrouw een wit slipje heeft, dan heb je nog een derde nodig. Is deze rood dan past deze bij het bij het eerste slipje, en in geval van wit bij het tweede."
Leuk, dat aanschouwelijke wiskundeonderwijs. Ik zag mijzelf al op slipjesjacht.
Net zo lastig als het paren van vrouwenslipjes is het seksen van kolibries. Dat kan alleen door DNA-onderzoek te doen op een veertje uit de borst, zo las ik in een ANP-bericht.
Geen probleem, moeten verzorgers van het Dierenpark Emmen gedacht hebben, we zetten er gewoon drie bij elkaar, daar zit dan altijd een paartje tussen. Voor de zekerheid zetten we er nog een vierde bij, dan moet het zeker goed komen.
Nee dus. Een jaar wachten leverde geen nakomelingen op.
De verzorgers hadden beter moeten opletten tijdens de wiskundeles.
Om een paar slipjes van dezelfde kleur te veroveren heb je dus drie vrouwen nodig, maar wil je er twee van een verschillende kleur, tja, dan zul je toch echt 51 maal je veroveringstalent ten toon moeten spreiden.
"Mosje", zegt mijn vriendin, "we moeten zo naar dat feest, wat zal ik aantrekken?"
Ik heb een drukke week achter de rug, eigenlijk helemaal geen zin in dat feest, en wat ik zeker niet wil is gedoe aan mijn kop.
"Doe maar twee slipjes van verschillende kleur."
|
|
|
|