Toen fervent aanhanger van de profeet, Machid L., neef van tweedegeneratiegastarbeider Soeffian B., boezemvriend van eerstegeneratieallochtoon Faisel H., en oom van de uitgeprocedeerde Yassin en Fouad (beiden van school gestuurd wegens naast de pot pissen, hetgeen door de schoolleiding werd uitgelegd als radicaliserend), de belegdebroodjeswinkel binnenstapte, werd hij beleefd te woord gestaan.
- Kan ik u helpen?
- Een broodje pindakaaz, alz-tu-blieft.
- Pardon?
- Ik graag een broodje, met pindakaaz.
- Wat een grap zeg.
- Iz gek? Broodje pindakaaz?
- Meneer, laat me niet lachen, u bent zeker van de tv?
- Nee, ik ben niet.
- Van Bananensplit of Candid Camera?
- Nee, zekerz niet.
- Zoekt u kandidaten voor Herken de Homo?
- Nee mevrouw.
- Wil mijn buurman mijn huis verbouwen?
- Ik dacht niet.
- Mijn tuin opnieuw inrichten?
- Nee, ook niet.
- Gaat u mij verleiden, zoals op Temptation Island?
- Dat ik waz niet van plan.
- Ik snap het al, u vindt me te dik.
- U iz wel mooi zo.
- En nu moet ik optreden in De afvallers.
- Mevrouw iz niet dik.
- Bent u van De smaakpolitie, Je schoonmoeder in huis?
- Nee en nee.
- Van Boer zoekt vrouw, of Wie is de Mol?
- Mevrouw, ik niet begrijp.
- Maar wat wilt u dan van me?
- Een broodje pindakaaz.
- We hebben geen pindakaas.
- Een broodje hagelzlag, dan?
- Hagelslag, hagel en slag, hagelslag!
- Dank u wel, hagelzlag.
- Ik wist het wel, u bent van Piets weerbericht.
Teleurgesteld verliet Machid de horecazaak. Even tevoren had inburgeringslerares Ans H., nichtje van vluchtelingenwerkster Yvonne B., vriendin van allochtonenadvocaat Gerard K, en moeder van de hangjongeren Kirsten en Thomas (beiden op school berispt wegens naast de pot pissen, hetgeen door de schoolleiding werd uitgelegd als ongepast), de klas opgedragen eens een Nederlandse zaak binnen te stappen en een typisch Nederlands product te kopen.
Dat werd een broodje pindakaas dus, maar helaas geen pindakaas.
Machid dacht aan opdracht 2. Koekhappen op Koninginnedag.
Hij zag er als een berg tegenop.
|
|
|
|