Als wij op een parkeerplaats stoppen om even de benen te strekken en een versnapering te kopen in het snelwegwinkeltje, zien wij mannen - soms ook wel vrouwen - met aan hun oor een schelp die nog het meest lijkt op het hoorapparaat dat onze opa droeg.
"Hallo opa, hoe gaat het met u?" vroegen wij als hij op onze verjaardag kwam.
"Niet zo hard alsjeblieft", schrok opa dan, en bracht een hand naar zijn linkeroor om het volumeknopje van zijn audiofoon een standje lager te zetten.
Om opa te plagen gingen wij over op zacht gefluister, hopend dat hij het knopje zover zou terugdraaien dat het apparaatje ging rondzingen.
Die hoop werd altijd vervuld.
"Jan, je moet terug naar de winkel", zei oma steevast, "je apparaat piept."
"Nee oma", bulderden wij, "er moet olie in."
Naarmate opa ouder werd, namen zijn hoorapparaatjes in omvang af. Er was zelfs een tijd dat wij niet meer konden zien dat hij er een droeg. Rondzingen deden ze toen ook niet meer.
"Volautomatische volumesturing", sprak opa trots, "en betaald door het ziekenfonds."
"Je vergeet de eigen bijdrage Jan", vulde oma fijntjes aan.
De schelpen op de parkeerplaats blijken draadloze bluetooth handsfree-telefoons voor in de auto. Je kunt er niet alleen mee horen, maar ook tegen praten.
"Hoorspraakapparaten", zeggen wij tegen onszelf, "zullen wij proberen het nog een tijdje zonder te doen?"
|
|
|
|