Met de moed in onze schoenen maken wij ons op om te beginnen aan het jaarlijkse afdelingsuitje. De herinnering aan het uitstapje van een jaar geleden is nog niet verdrongen. De in het weekeinde nordic-walkende theemuts van de administratie troonde ons toen mee voor een fietstochtje door de Groningse bossen. Groningen heeft geen bossen, maar Theemuts wist drie bomen in Oude Pekela en na vier uur tegenwind wees zij ze aan.
Zie je wel, zei Theemuts, ze staan er echt. Maar doorfietsen nu, want we zijn nog niet op de helft.
Een jaar eerder was de beurt aan Juridische Zaken. Aan de akela met het scoutingverleden. En daarom togen wij spoorzoekend door de stikdonkere bossen van Noordwest-Drente, getooid met een survivalkit bestaande uit een niet werkende zaklantaarn en een onleesbaar kaartje.
Moeten wij hier niet links?, kreunde een collega.
Ik dacht dat wij naar rechts moesten, steunde een ander.
Net als in het afdelingsoverleg kwamen wij tot een compromis en liepen rechtdoor.
Leuk hè, grijnsde Akela toen wij na een hopeloze verdwaling vele uren te laat op het eindpunt arriveerden.
Erg leuk Akela, wij hebben ons kostelijk vermaakt.
Dit jaar hoopten wij dat de organisatie in handen zou komen van het jonge ding van het secretariaat. Dan zouden wij nu heerlijk ontspannen in een sauna, en genieten van koele drankjes. Maar de droogkloot van Financiën mocht zich uitleven. Hijzelf wist niets te verzinnen, maar zijn vriendin - een uit de klei getrokken greppelkut - souffleerde hem 'poldersurvival'. En dus banjeren wij nu bruggetjes bouwend en slootje springend door het drassige landschap. De regen valt met bakken uit de lucht, maar wij blijven lachen, want het moet leuk zijn.
Dit hadden jullie nooit verwacht hè, zegt Droogkloot.
Nee, dit hadden wij nooit verwacht. Wat een verrassing.
Wij kijken Droogkloot eens aan. Gezien de grootte van de afdeling is hij over vijftien jaar weer aan de beurt om het uitstapje te organiseren.
Gelukkig, dan zijn wij al met pensioen.
|
|
|
|