"Ik denk," zei de vrouw "dat ik mijzelf maar wegcijfer, dat moet niet al te moeilijk zijn; ik begin langzaam te tellen en bij tien ben ik weg."
"Doe maar niet," zei de man "voor mij tel jij nog mee."
"Dan moet jij eens vertellen waarom ik ertoe doe", reageerde de vrouw.
"Nou, om te beginnen," zei de man "de meeste vrouwen kunnen niet eens tot tien tellen."
"Daarom zullen zij er ook nog wel zijn", peinsde de vrouw.
"En in de tweede plaats," vervolgde de man "ik houd van je, dus weet je wat, wij gaan wel samen."
Langzaam begonnen de man en de vrouw te tellen. Bij 'een' verdwenen de stoelen uit hun huis en bij 'twee' de tafels. Bij 'drie' en 'vier' de kasten met kleren en de wasmachine. Bij 'negen' was het hele huis leeg en stonden de man en de vrouw naakt in de kamer.
"Tien", riepen zij in koor.
Geen verandering.
"Tien", riepen zij nogmaals en iets luider, maar er gebeurde helemaal niets.
"Durf jij verder te tellen?", vroeg de vrouw.
"Je zult zien dat bij verder tellen de hele wereld verdwijnt en wij alleen overblijven," zei de man "zwevend in het heelal."
"Dan ben jij mijn hemel", glimlachte de vrouw.
"En jij die van mij", zei de man.
Een paar tellen lang keken de man en de vrouw elkaar volkomen begrijpend aan.
"Elf", fluisterden zij toen zachtjes, en langzaam zakte de vloer onder hun voeten vandaan.
|
|
|
|