[drs.mos]e

Mr. Moshavot


30 april 2005

paalmeester

    Toen Mr. Moshavot, kantonrechter in ruste en verklaard voorstander van achterkamertjesoverleg, de brand in zijn sigaar wilde steken, werd hij direct vermaand door een vrouwelijke conducteur.
"Verboden te roken in treinen mijnheer."
"Ook in eersteklasrijtuigen?" repliceerde Mr. Moshavot op brommerige toon, waarbij hij de conductrice geringschattend aankeek.
"Het mag alleen op stations bij de rookpalen."
Mr. Moshavot stopte met tegenzin de sigaar terug in zijn koker. De steeds groter wordende invloed van de anti-rooklobby vervulde hem met grote afkeer. Roken was heden ten dage bijna nergens meer geoorloofd. Straks gaan ze je nog verplichten gezond te blijven, zo vreesde hij.

    Achterover geleund in het pluche van zijn eersteklaszetel dacht Mr. Moshavot aan het doel van zijn reis. Een niet nader te noemen horecagelegenheid in het Haagse, waar hij met enkele liberale vrienden zou overleggen over de ontstane crisis binnen de Partij. Deze werd enerzijds veroorzaakt door een losbandig fractielid, en anderzijds door een vrouwspersoon dat er een handje van had de onderdrukking van seksegenoten, vooral allochtone, te pas en te onpas aan de orde te stellen, terwijl toch het partijprogramma met geen woord over dat onderwerp repte.
    Mr. Moshavot was voor het overleg uitgenodigd omdat hij binnen de Partij bekend stond als een nietsontziende vrouwenbezweerder. Niet vreemd als je bedenkt dat hij in zijn lange carrière zes vrouwelijke mederechters had bewogen het kantonrecht te verruilen voor het aanrecht. Bovendien, en dat telde wellicht nog het meest, had hij enkele jaren geleden door het voeren van een vlammende rede weten te voorkomen dat een vrouw tot partijvoorzitter werd gekozen.
    Toch had Mr. Moshavot bepaald geen hekel aan vrouwen. Zo had hij vanmorgen bij zijn vertrek, toen zijn huishoudster Laura op bevallige wijze haar borsten tegen zijn arm had gedrukt, direct het voornemen opgevat Haagse bloemen voor haar mee te nemen. Vrouwen hadden blijkbaar dat soort attenties nodig. Althans, volgens zijn vorige huishoudster. Deze had bij haar vertrek met betraande ogen verklaard dat hij niet erg vrouwgevoelig was. Na de komst van Laura, die niet alleen het huishouden bekwaam bestierde, maar ook enig erotisch vermaak in zijn leven bracht, had hij zich voorgenomen zijn leven op dit punt te beteren.

    Denkend aan Laura, en de pleziertjes die hij vanavond met haar hoopte te beleven, stapte Mr. Moshavot op Den Haag Centraal uit de trein. Een paar meter van hem vandaan bevond zich de rookpaal waarover de conductrice zostraks had gesproken. Om de paal had zich nogal wat schorriemorrie verzameld. Onmiddellijk beende hij naar de man die naar zijn idee de stationschef moest zijn.
"Mijnheer, waar zijn hier de rookpalen voor eersteklaspassagiers?"