[drs.mos]e

violen op koud water


18 januari 2009

damestoilet

Dag mevrouw, hoe gaat het met u?
Fijn.
Ik zal maar direct met de deur in huis vallen, want u kijkt erg verbaasd. Mijn opmerking is de volgende.
Uw wc-bril blijft niet uit zichzelf overeind staan.
U kijkt nog verbaasder. Wat ik zeg is ongepast? Ik vind van niet.

Kijk mevrouw, wij kennen elkaar al eniger wijle, en daarom meen ik een dergelijke opmerking te mogen maken. Het omgekeerde zou juist onwelvoeglijk zijn, dat ik u in het ongewisse laat over het erectiele onvermogen van uw bril. Daarmee zou ik u wellicht in verlegenheid brengen, daar ik aanneem dat u vaker mannelijke bezoekers ontvangt.
U vindt mij toch enigermate vrijpostig?
Nee mevrouw, het is niet de insolentie die mij drijft, doch mijn diepste wens u te verzoenen met het mannelijke deel dezer wereld.
Realiseert u zich wat het voor de man betekent om te wateren met de ene hand, en terzelfder tijd met de andere een bril omhoog te houden?
Ik zie u denken, men kan toch ook zittende urineren?
Mevrouw, de tijd is rijp om u vertrouwd te maken met een particulariteit van de mannelijke psyche. De man ontleent, althans gedeeltelijk, zijn viriliteit aan het vermogen om staande te toiletteren. Reeds op jonge leeftijd wordt hij door ouders aangemoedigd zulks te doen, uiteraard op de leeftijd dat het lichaamsdeel in kwestie de juiste hoogte heeft bereikt. Grote jongen, krijgt hij dan te horen, en u wilt van mij aannemen dat de man zijn leven lang die grote jongen wil blijven.
Zie ik u begripvol knikken?
Fijn mevrouw, ik rekende op voorhand op uw apprehensie. Mag ik u erop wijzen dat wc-garnituren met slechts eenvoudig gereedschap zijn bij te stellen?

Heden nog toe, ik merk dat de tijd snelt en moet u alweer verlaten, de plicht roept. Aanstonds ga ik wat schrijfwerk verrichten en de hiervoor benodigde aantekeningen liggen nog kriskras op mijn bureau. Inderdaad, u heeft gelijk, ik ben soms een sloddervos.

Het was mij zeer aangenaam, en enigszins bedeesd permitteer ik mij de opmerking dat u een lekker kontje heeft.
Dat is geheel wederzijds? Mevrouw, ik bloos.
Ik hoop u binnenkort te verblijden met verdere liefdesbetuigingen.

Met Campert zeg ik u: tot zoens!