[drs.mos]e

violen op koud water


1 maart 2009

teleurgang

Vijfentwintig meter voor mij loopt de mooiste vrouw van Groningen. Ze heupwiegt als een Amerikaanse Chevy met soepele schokbrekers, en beweegt voort met waardige stappen, een soort schrijden. Ze heeft een derrière waar je u tegen zegt, en haar lange benen reiken tot in de hemel. Haar blonde haar is opgestoken in een kittig staartje dat speels meebeweegt bij elke stap die ze zet.

Ondanks het feit dat wij op de Vismarkt lopen, krijg ik spontaan de neiging mijn broek te laten zakken en te masturberen. Niet uit geilheid, maar mijn god, je loopt achter de mooiste keerzijde die je ooit hebt gezien en dan wil je toch iets van je bewondering laten blijken.

Net op tijd weet ik mij in te houden. Nog niet zo gek lang geleden kreeg mijn jongste zoon een boete van 75 euro voor wildplassen op het Centraal Station van Rotterdam, en ik vermoed dat wildtrekken goed is voor minstens het dubbele. Het zou me zelfs niet verbazen als je een bon krijgt van 225 euro en een jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.

De vrouw slaat rechtsaf bij de Stoeldraaierstraat. Een gelukje voor mij want ik moet dezelfde kant op. Ik versnel mijn pas en na enige ogenblikken heb ik de vrouw weer in het vizier.
De Stoeldraaierstraat vormt, samen met de verderop gelegen Oude Kijk In 't Jatstraat, een van de gezelligste winkelgebiedjes van Groningen, maar ik heb even geen oog voor etalages. Wel voor mijn paramour, die nog mooier lijkt dan zojuist op de Vismarkt.
Circumstantiae rem variant, zouden de oude Romeinen zeggen, de omstandigheden veranderen de zaak.

Na ongeveer honderd meter slaat de vrouw weer rechtsaf. Ik wist niet dat daar een straat was, nooit gezien.
Als ik op hetzelfde punt ben aangekomen, kijk ik naar rechts en zie een slecht verlicht steegje. Geen vrouw te bekennen. Vermoedelijk heeft ze door een van de deuren haar woning betreden.
Ik kijk omhoog. Soephuisstraatje.

De vrouw woont in het Soephuisstraatje. Ik kan een gevoel van teleurstelling niet onderdrukken. Je zou hopen dat zij in een echte straat woont, een laan, een singel, een avenue waar je kunt zien en gezien worden, een boulevard met gelegenheid voor koketteren en terrasseren, flaneren en flirten.
Maar nee, de vrouw woont in een soephuisstraatje.
Ik gesp mijn broeksriem een gaatje strakker en loop door. Mijn rijbevoegdheid komt vanavond niet in het geding.